UMCG coacht ook na revalidatie

UMCG coacht ook na revalidatie

UMCG coacht ook na revalidatie

ma, 25 september 2017

Beweging is een vast onderdeel van de behandeling binnen het UMCG Centrum voor Revalidatie (CvR). Op locatie Beatrixoord in Haren wordt hard gewerkt aan de fitheid van patiënten en aan herstel van vertrouwen in hun eigen lichaam. Desondanks belanden velen thuis in een zwarte gat en gaat de fitheid hard achteruit. De pilot Bewegen en Sport moet dit voorkomen. Revalidatiearts Rienk Dekker en fysiotherapeut Marleen van Dijk vertellen.

Welke patiënten komen zoals bij het CvR?

Marleen: “Het gaat bijvoorbeeld om mensen die een beroerte, hart- of herseninfarct hebben gehad, een dwarslaesie hebben opgelopen, een spierziekte of kanker hebben (gehad) en mensen die blijvende lichamelijke stoornissen hebben opgelopen of stoornissen die maar heel langzaam overgaan.”

Welke route volgen zij?

Rienk: “Na een intakegesprek volgt een reeks testen. Een daarvan is de maximale inspanningstest, waarmee we in een veilige omgeving in kaart brengen waar mensen fysiek nog toe in staat zijn. Dit doen we door bijvoorbeeld uithoudingsvermogen en kracht te meten. Mensen krijgen dankzij deze testen meer vertrouwen in hun lichaam. Ze kunnen zich inspannen tot het gaatje en er gebeurt niks geks. Dit helpt ook om de handicap te accepteren. Op basis van deze en andere testen wordt met de patiënt een trainingsprogramma samengesteld. Zijn persoonlijke doel staat voorop. Na een aantal maanden doen we opnieuw testen om te kijken of de fitheid is verbeterd en of gestelde doelen zijn gehaald.”

Marleen: “De fitheidsmodule duurt negen weken. Daarnaast krijgen patiënten tijdens hun verblijf een proeverij aangeboden van sport-en-spel, zodat ze kunnen uitproberen wat ze leuk vinden en wat bij hun lichamelijke mogelijkheden past. Op activiteitenniveau ligt de focus binnen het centrum dus niet alleen op de stoornis maar ook op wat de patiënt na thuiskomst zelf kan doen om fit te blijven. Binnen de pilot Bewegen en Sport wordt de focus op die thuissituatie vergroot.”

Op welke manier?

Rienk: “We hebben nóg meer aandacht voor nazorg in de thuissituatie omdat we zien dat mensen na revalidatie vaak in een gat vallen. Binnen het CvR is apparatuur voorhanden en wordt structureel en onder begeleiding bewogen en gesport. Thuis zijn prikkels om actief te zijn minder aanwezig en verschuift de aandacht naar andere zaken. Door mensen na thuiskomst te blijven coachen, hopen we hen langer in beweging te houden. Dit doen we vanuit ons bureau Bewegen & Sport. Onze beweegconsulenten worden voor een jaar gekoppeld aan voormalig patiënten en gaan hen motiveren om te blijven bewegen. Gedurende het jaar zijn er vier contactmomenten. Een daarvan betreft een terugkomdag, waarop aandacht is voor lotgenotencontact, het thema beweging en het delen van vragen en ervaringen op dit gebied.”

Marleen: “Nieuw is ook de beweegmaat: een naaste, zoals een partner of vriend, die de patiënt helpt om in beweging te blijven. We proberen deze persoon vanaf de intake te betrekken en nodigen hem of haar uit voor een aantal gesprekken. Daarin denken we na over mogelijkheden om thuis samen te bewegen. We beginnen zo vroeg mogelijk in het revalidatieproces zodat thuis ervaring kan worden opgedaan en de patiënt ook ná de revalidatieperiode gestimuleerd blijft om te bewegen.”

“Patiënten worden een jaar gecoacht in beweging”

Hoe belangrijk is beweging voor revaliderende patiënten?

Rienk: “Heb je even? Patiënten die blijven bewegen, hebben een betere conditie en balans. Hun vaten functioneren beter waardoor er meer bloed door het lichaam stroomt. Hierdoor neemt bijvoorbeeld de kans op herhaling van een hartinfarct of beroerte af. Door beweging krijgen ze bovendien meer zelfvertrouwen, zijn ze vrolijker, wordt de handicap beter geaccepteerd en zijn ze meer onder de mensen. Deze voordelen gelden voor alle patiënten. Maar dat zit nog niet tussen de oren van alle artsen. Dat terwijl bewegen juist voor mensen die kampen met complexe ziektebeelden van groot belang is. Dat besef dringt meer door, zeker binnen ons centrum waar de artsen en andere medewerkers erg betrokken zijn. Als je beweging als arts niet in je advies opneemt, maak je écht een ernstige kunstfout.”

“Als je beweging als arts niet adviseert, maak je een ernstige kunstfout”

Aan de pilot doen drie patiëntgroepen mee. Waarom deze groepen?

“Er is bewust gekozen voor patiënten van de oncologische revalidatie, neuro- en hartrevalidatie, omdat we op deze afdelingen al veel beweging op dit gebied zagen en er de wil is om samen te werken en van elkaar te leren.”

De pilot is begonnen in mei. Hoe gaat het tot nog toe?

Marleen: “Het vroegtijdig betrekken van de beweegmaat is een uitdaging. Wat ik positief vind, is dat de motivatie onder collega’s groot is. Van hen wordt toch verwacht dat ze verder kijken dan (revalidatie)training hier en oog hebben voor beweging in de thuissituatie.”

Rienk: “Wat de patiënt betreft, doen we aan het begin en einde van het traject interviews en meten we ook of ze echt fitter zijn geworden. Over hun ervaringen kunnen we dus nog weinig zeggen maar de eerste indrukken zijn positief.”

Wat zijn jullie ambities na de pilot?

Marleen: “Een volgende stap is dat we een programma ontwikkelen voor mensen in een rolstoel. Binnen de pilot ligt de focus nog op de lopende patiënt maar daar blijft het zeker niet bij. ”

Rienk: “De pilot helpt ons om te ontdekken wat goed gaat en beter kan bij de lopende patiënt. Dat nemen we mee in de verdere ontwikkeling van onze zorg. Zo werken we al jaren; al doende leren we. Neem de maximaaltesten. Toen we daar vijf jaar geleden mee begonnen, durfde een aantal artsen patiënten nog niet naar ons te verwijzen. Nu doen ze dat zonder schroom omdat ze zien dat de eerste ervaringen positief zijn en we veilig met patiënten omgaan. Ze zijn in handen van professionals, alle apparatuur is voorhanden en we zijn hier overal op voorbereid. Dit is een geweldige basis gebleken voor samenwerking met de afdelingen longziekten, oncologie, cardiologie, sportgeneeskunde en bewegingswetenschappen.”

“Ook mensen in een rolstoel hebben onze aandacht”